Groningen was ooit een architectuurstad, met veel mooie gebouwen. Tegenwoordig lijkt de stad in handen van pandjesbazen die goedkoop en snel willen bouwen. We praten hierover met architect Paul Bussel. “Vroeger was het zo dat er een bouwtekening werd aangevraagd, op het niveau van bestektekeningen. Bestektekeningen zijn de tekeningen die de basis vormen voor het contract met de bouwer. Op het moment als de vergunning werd ingediend, wist men eigenlijk: dat wat je ingediend hebt, ga je ook bouwen. In de loop der jaren is de verschuiving steeds meer gekomen. Daardoor is er een verschil ontstaan tussen wat er aangevraagd is, en dat wat er gerealiseerd wordt.”

In onze zoektocht ontmoeten we een ambtenaar binnen de gemeente Groningen. Deze persoon wil absoluut anoniem blijven. Maar de citaten zijn wel geautoriseerd..

Ambitieloze types

“Groningen staat bekend als architectuurstad. De internationale kunst en architectuurscene kwam in Groningen de afgelopen decennia. De afgelopen jaren is alle ambitie weggevallen. En is de situatie 180 graden gedraaid. Ambitieloze types met alleen rendement voor ogen maken kwaliteitsloze gebouwen in afwijking van de bouwvergunningen. Normale bewoners worden benadeeld, kwaliteitsarchitecten worden uit de markt gedrukt en de stad wordt lelijk gemaakt. De gemeente laat de pootjes hangen, onder andere ten gevolge van de politiek en handhaaft niet.”

Dubieuze zaken informeel houden

Gedurende ons onderzoek krijgen we met enige regelmaat informatie van de gemeentebron: “Veel zaken worden mondeling afgehandeld. In die zin is onze werkwijze niet veel anders dan die van de huisjesmelkers: houd dubieuze zaken informeel en mondeling, dan kan je ook nergens op worden gepakt. Het contrast met woorden van het management en de wethouder en de praktijk zijn bovengemiddeld groot. Er zijn vele handhavingsgevallen van pandjesbazen. De architectonische kwaliteit van hun panden is beneden peil en wijkt consequent af van de vergunningen”.

WOB-verzoek

Via een WOB-verzoek vragen wij informatie op van de gemeente Groningen over het verlenen van vergunningen aan de Groningse pandjesbazen, en het ontbreken van adequate handhaving. Over de afgelopen vijf jaar krijgen we inzage. Uit de stukken blijkt hoer vaak er illegaal gebouwd wordt: in totaal 75 keer.

Illegaal gebouwd

Tineke Vooys is bestuurslid bij de Bond Heemschut en bij de Vrienden van de Stad Groningen. Zij zegt: “Er wordt niet voldoende gehandhaafd. En als men dan iets signaleert, dan wordt er niet opgetreden. Het enige wat je kunt doen, denk ik, is een voorbeeld stellen en zo’n overtreding ongedaan maken. Een groot aantal gevallen in de stad is illegaal gebouwd. Maar de Gemeente heeft te weinig inspecteurs. Men zou hier en daar eens een steekproef kunnen nemen. Dat was ook het plan, maar ik heb nog niet gemerkt dat dat is gebeurd.”

Wethouder Van der Schaaf

Wethouder Roeland van der Schaaf (PvdA) zegt in een reactie “Er zijn wel voorbeelden van. Met name als het gaat om welstandsregels, dat het anders is uitgevoerd dan dat het op de tekening is gezet. Ik denk dat het in het algemeen in het handhavingssysteem in Nederland een zwakte is. Er is heel veel controle op de vergunning, of het wel aan de regeltjes voldoet. Maar het uitvoeren van wat afgesproken is, dat is eigenlijk onvoldoende. In Groningen en andere universiteitssteden, zie je toch dat mensen het om verschillende redenen anders uitvoeren dan wat op de tekening stond.”

Machtsspel

We gaan in gesprek met Heinrich Winter. Hij is hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversteit Groningen. Hij doet momenteel onderzoek naar de handhaving door de gemeenten. Hij zegt: “Gemeenten hebben het bestuursrechtelijk handhavingsinstrementarium. Dat is een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang. Daarmee kunnen ze proberen te bevorderen dat zo’n pandjesbaas zich alsnog aan de regels houdt. Het is ook een machtsspel. Als zo’n pandjesbaas diepe zakken heeft, kan hij zeggen: dan betaal ik die dwangsom wel. Dan heb je nog steeds niet wat je wil Dat vergt enorm veel uithoudingsvermogen van de gemeente. Als zo’n pandjesbaas nog steeds doorgaat en zijn huizen gaat verhuren voor veel geld, is het ook een kosten en baten afweging aan die kant. Dan moet je misschien ook op andere terreinen druk zetten, zodat je als overheid je doelstellingen kan bereiken. Maar het is ingewikkeld. Als het gaat om verwaarloosde panden, kan de gemeente een pandjesbaas aanschrijven. Of als de brandveiligheid in het gevaar is of er dingen naar beneden dreigen te vallen, zoals een dakpan. Dat kan eigenlijk alleen maar in extreme situaties. Voor een gemeentelijke overheid is er eigenlijk niet zo heel veel te doen.”